|
Als productieras bereikt de Dutch Hampshire Down door een natuurlijke leefwijze een uitstekende karkaskwaliteit. Ras De Hampshire Down is in Engeland rond 1850 als gebruikskruising gefokt uit de Wiltshire Horn, de Berkshire Knott en de Southdown. Er was behoefte aan een schaap dat onder natuurlijke omstandigheden productief kon zijn. Zo ontstond een meerdoelras, sober en hard, vruchtbaar, zelfredzaam en bevleesd. Doorgefokt tot productieras groeien de vitale lammeren snel en vererven de rammen de bevleesdheid en groeisnelheid in kruisingen met andere rassen.
Oorspronkelijk werd de Hampshire Down in grote kuddes gehouden en geweid in schrale natuurterreinen. Ze zorgden voor bemesting, voor wol voor kleding en voor vlees voor voeding. Deze schapen hadden een efficiënte voederconversie en konden groeien, lammeren zogen en in conditie blijven bij een gering ruwvoeraanbod. Eigentijdse karkaskwaliteit De Hampshire Down is in staat om in korte tijd slachtrijp te worden. Anders dan vroeger is de vraag naar mager lamsvlees nu groter. Door fokkerijtechniek en extensieve houderij kunnen de karkaskwaliteit en groeisnelheid aan de eisen van deze tijd worden aangepast. Zodat het ras kan overleven. De DHDSBA Hampshire Downs zijn geen showdieren maar productiedieren. Ze leven in kuddes, ongekunsteld en onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden, zodat ze hun oorspronkelijke eigenschappen kunnen ontwikkelen en bewijzen. De voeding bestaat uit gevarieerd seizoensruwvoer, aangevuld met natuurlijke supplementen. Krachtvoer wordt alleen verstrekt in de lactatie- en afmestperiode. Doelstelling is een licht en bevleesd karkas te produceren.
Welzijn door een natuurlijk leven en extensieve houderij.
|